Een fopspeen lijkt misschien een klein hulpmiddel, maar roept vaak grote meningen op. De ene ouder zweert erbij omdat de baby eindelijk beter sliep. De ander is bang dat het de borstvoeding in de weg zit. En misschien hoor je van familie dat een speen „slecht voor de tanden” is, terwijl een verpleegkundige in het ziekenhuis er juist eentje aanbiedt bij een hielprik.
Heeft iedere baby een fopspeen nodig? Nee. Veel baby’s willen er niets van weten en groeien prima op zonder speen. Toch kan een fopspeen baby en ouders helpen, mits je hem bewust gebruikt. Het doel is niet dat elke baby een speen accepteert, maar dat je de voordelen en nadelen van een fopspeen kent en kiest wat bij jullie past.
Baby’s hebben van nature een sterke zuigbehoefte. Soms komt die door honger, maar vaak willen ze gewoon zuigen om rustig te worden. Dat heet niet-voedend zuigen: zuigen zonder dat het om melk drinken gaat.
Een speen kan die behoefte opvangen zonder dat je baby steeds hoeft te drinken terwijl hij geen honger heeft. Hij kan helpen bij het inslapen, troosten en bij kleine pijnlijke handelingen. Ook wordt een fopspeen tijdens slaapjes en de nacht genoemd in adviezen over veilig slapen, omdat gebruik samenhangt met een kleinere kans op wiegendood, ook wel SIDS genoemd.
Dat betekent niet dat een fopspeen SIDS voorkomt. Het is slechts één onderdeel van veilig slapen. Leg je baby altijd op de rug te slapen, op een stevige en vlakke matras, in een leeg en veilig bedje zonder losse dekens, knuffels of kussens.
Het bekendste voordeel is de relatie tussen een speen en SIDS. Nederlandse voorlichtingsorganisaties rond veilig slapen adviseren om een fopspeen aan te bieden bij het naar bed brengen, zowel overdag als ’s nachts. Onderzoek laat zien dat speengebruik tijdens het slapen samenhangt met een kleinere kans op wiegendood.
Waarom precies is nog niet helemaal duidelijk. Mogelijk blijft een baby iets alerter slapen of heeft de speen invloed op de houding van de luchtwegen. Voor ouders zijn vooral deze praktische punten belangrijk:
Een fopspeen vervangt de regels voor veilig slapen niet. Gebruik in bed geen speenkoord, knuffeltje aan de speen, dekentje of ander voorwerp dat verstikkings- of wurgrisico kan geven.
Bij sommige baby’s is de behoefte om te zuigen heel sterk. Ze hebben goed gedronken, een schone luier en lijken toch te zoeken, op hun handjes te sabbelen of onrustig te blijven. Dat betekent niet automatisch dat ze nog melk nodig hebben.
Dan kan een speen baby helpen om tussendoor tot rust te komen. Bijvoorbeeld in de auto, kinderwagen of aan het eind van de middag, wanneer sommige baby’s moeilijk te troosten zijn. Ouders vragen soms of een speen helpt bij krampjes. Een fopspeen geneest krampjes niet, maar het zuigen kan een huilende baby wel tijdelijk kalmeren.
Zie de speen als één hulpmiddel naast andere manieren van troosten: vasthouden, wiegen, huid-op-huidcontact, wandelen, rustig praten of voeden als je baby hongersignalen geeft.
Een fopspeen pijnstilling baby kan bij korte, vervelende momenten verlichting geven. Bij een hielprik, vaccinatie of bloedafname helpt niet-voedend zuigen sommige baby’s om minder stress te ervaren en sneller te ontspannen.
In het ziekenhuis of bij het consultatiebureau kunnen zorgverleners een speen combineren met andere troostmethoden, zoals borstvoeding, huid-op-huidcontact of soms een suikeroplossing onder medische begeleiding. Thuis is het belangrijk om een speen nooit in suiker, stroop, jam of honing te dopen. Honing is niet veilig voor baby’s jonger dan 1 jaar, omdat het sporen kan bevatten die babybotulisme veroorzaken.
De vraag „Zijn fopspenen slecht?” heeft geen simpel ja-of-neeantwoord. De mogelijke nadelen bestaan, maar hangen vooral samen met het moment waarop je start en hoe lang je kind de speen blijft gebruiken.
Voor veel ouders is fopspeen en borstvoeding het grootste aandachtspunt. Sommige baby’s wisselen moeiteloos tussen borst en speen. Andere baby’s kunnen moeite krijgen als de fopspeen wordt geïntroduceerd voordat de borstvoeding goed loopt.
In de eerste weken leert je baby goed aanhappen, effectief drinken en laten merken wanneer hij honger heeft. Tegelijk bouwt je lichaam de melkproductie op door vaak te voeden of melk af te kolven. Als een speen voedingen steeds uitstelt, kan dat leiden tot minder momenten aan de borst. Juist in het begin, wanneer baby’s vaak en soms rommelig drinken, kan dat invloed hebben op de productie.
Daarom adviseren veel lactatiekundigen om te wachten met een speen tot de borstvoeding goed op gang is, meestal rond 4 tot 6 weken. Tekenen dat het goed loopt zijn:
Heb je pijn bij het voeden, onvoldoende melkproductie, problemen met aanhappen of groeit je baby onvoldoende? Overleg dan met het consultatiebureau, de verloskundige, huisarts of een IBCLC-lactatiekundige voordat je een speen introduceert. Fopspeen borstconfusie is niet bij iedere baby een probleem, maar het is verstandig om er in die eerste periode alert op te zijn.
Gebruik een fopspeen niet om tijd te rekken tussen voedingen, zeker niet bij een jonge baby. Pasgeborenen drinken vaak 8 tot 12 keer per 24 uur, en tijdens groeispurten soms nog vaker.
Kijk daarom vooral naar je baby en niet alleen naar de klok. Vroege hongersignalen zijn bewegen, het hoofd naar aanraking draaien, de mond openen, smakgeluidjes maken en handjes naar de mond brengen. Huilen is meestal een laat signaal. Zoekt en hapt je baby duidelijk? Bied dan eerst de borst of fles aan in plaats van automatisch de speen.
Er is een verband tussen speengebruik en een grotere kans op middenoorontstekingen, vooral na de leeftijd van 6 maanden. De precieze oorzaak staat niet helemaal vast. Mogelijk beïnvloedt het zuigen de druk in het middenoor, waardoor vocht makkelijker kan ophopen.
Dat betekent niet dat de speen op de dag dat je baby 6 maanden wordt direct weg moet. Wel is het verstandig om het gebruik overdag geleidelijk te beperken en de speen vooral voor slaapmomenten of echt lastige situaties te bewaren.
Heeft je kind vaak oorontsteking? Bespreek dan met de huisarts of minder speengebruik mogelijk helpt. Fopspeen oorontsteking is niet altijd de enige verklaring, maar het kan wel een factor zijn.
In de babytijd veroorzaakt een speen meestal geen gebitsproblemen. De kans neemt toe wanneer een kind ook als peuter langdurig en vaak op een speen zuigt, vooral na het tweede levensjaar. Langdurig zuigen kan invloed hebben op de stand van de tanden en de vorm van het gehemelte.
Hoe intensief en hoe lang een kind de speen gebruikt, maakt verschil. Alleen kort een speen bij het inslapen is iets anders dan urenlang met een speen in de mond rondlopen.
Daarom is het verstandig om ruim vóór de kleuterleeftijd te beginnen met afbouwen.
Dat klopt niet. Problemen met speen en borstvoeding ontstaan eerder wanneer een speen heel vroeg wordt gegeven, terwijl de borstvoeding nog niet goed loopt, of wanneer de speen noodzakelijke voedingen vervangt. Als de borstvoeding eenmaal goed is gevestigd, betekent speengebruik niet automatisch dat de borstvoeding stopt of dat er problemen ontstaan.
Het moment waarop je begint maakt uit. Reageren op de voedingssignalen van je baby ook.
Ook dat is niet waar. Een speengewoonte kan hardnekkig zijn, maar is tijdelijk. Kinderen leren naarmate ze ouder worden andere manieren om in slaap te vallen, zichzelf te troosten en met emoties om te gaan. Voor veel gezinnen werkt het prettig om tussen 6 en 12 maanden stap voor stap minder vaak een speen aan te bieden.
Nee. Een fopspeen is een hulpmiddel, geen oordeel over je ouderschap. Je kunt je baby liefdevol troosten, dragen, voeden op verzoek én soms een speen geven. Dat sluit elkaar niet uit.
De eerste maanden met een baby zijn intensief. Als een schone, veilig gebruikte speen helpt tijdens een lastige autorit of bij een middagdutje, dan is dat geen tekortschieten. Het is een praktische oplossing.
Als je besluit een speen te gebruiken, helpen deze richtlijnen om de risico’s klein te houden en de voordelen te benutten.
Bij borstvoeding kun je het beste wachten tot die goed loopt, meestal 4 tot 6 weken. Bij flesvoeding kan een speen vaak eerder, maar de voedingssignalen van je baby blijven altijd leidend.
Bied de speen aan bij slaapjes en voor de nacht als je baby hem wil. Stop hem niet steeds terug in de mond wanneer je baby al slaapt.
Let op deze basisregels:
Er is geen magische verjaardag waarop de speen ineens weg moet. Een praktisch streven is wel om tussen 6 en 12 maanden te beginnen met minder speengebruik. In die periode kunnen veel baby’s geleidelijk andere manieren leren om tot rust te komen.
Beperk de speen eerst tot dutjes en de nacht. Wanneer je kind ouder wordt, kun je een vast troostritueel aanbieden: een liedje, knuffelmoment, hand op de rug of een fijn boekje voor het slapengaan.
Probeer uiterlijk rond de leeftijd van 2 jaar helemaal te stoppen. Daarmee verklein je de kans op veranderingen aan het gebit en voorkom je dat de gewoonte steeds lastiger wordt. Geleidelijk afbouwen werkt meestal beter dan er een strijd van maken.
Praktische fopspeen afbouwen tips zijn: kondig veranderingen rustig aan, bied extra nabijheid rond slaapmomenten en wees consequent zodra je een nieuwe afspraak invoert. Een fopspeen is geen wondermiddel, maar ook niet automatisch schadelijk. Op het juiste moment, schoon en veilig gebruikt, en later rustig afgebouwd, kan hij in de eerste maanden een prettig hulpmiddel zijn.