Voor veel kersverse moeders krijgt de periode na de bevalling al snel een herkenbaar ritme: voeden, boertje laten, verschonen, slapen, opnieuw beginnen. En dan lijkt dat ritme rond week 6, 7 of 8 ineens volledig te verdwijnen.
Je baby wil voortdurend drinken. Hij of zij laat los, protesteert, hapt weer aan. Je borsten voelen minder vol dan in de eerste weken en misschien vraag je je af of je melk zomaar is verdwenen.
Haal rustig adem. Dit komt vaak voor, gaat meestal vanzelf weer over en betekent doorgaans niet dat je geen melk meer hebt bij borstvoeding. Wat ouders vaak een lactatiecrisis rond 6 weken noemen, is meestal je lichaam dat de melkproductie afstemt op de snel veranderende behoefte van je baby.
Een lactatiecrisis, ook wel borstvoedingscrisis of borstvoeding groeispurt genoemd, is een korte fase waarin je baby tijdelijk meer melk vraagt dan je lichaam op dat moment produceert.
Je kunt dit herkennen aan bijvoorbeeld:
Dit wordt vaak clustervoeden genoemd. Als je baby vaak wil drinken, kan dat eindeloos aanvoelen. Misschien zoek je midden in de nacht op waarom je baby honger na voeding lijkt te hebben, terwijl je een baby vasthoudt die het absoluut niet eens is met alleen in bed liggen.
Je doet het niet verkeerd.
Bij een 6-8 weken groeispurt maken baby’s vaak een flinke ontwikkeling door. Ze hebben meer energie nodig, hun hersenen ontwikkelen zich snel en hun lichaam bereidt zich voor op een volgende groeifase. Vaker drinken is hun manier om meer melk te bestellen.
Borstvoeding werkt volgens het principe van aanbod en vraag. Hoe vaker melk uit de borst wordt gedronken of gekolfd, hoe sterker het signaal aan je lichaam: maak meer melk.
Tijdens een groeispurt kan je baby van de ene op de andere dag meer energie nodig hebben. Door vaak te drinken stijgt onder andere het prolactinegehalte, het hormoon dat betrokken is bij melkproductie. Zo krijgen je borsten het signaal om de productie in de dagen erna op te schroeven.
Daarom komt een borstvoeding groeispurt rond 6 weken zo vaak voor. Je baby drinkt niet voortdurend omdat jij hem niet genoeg zou kunnen geven. Hij helpt juist om je productie af te stemmen op zijn nieuwe behoefte.
Een baby kan ook om andere redenen dan honger willen drinken:
De borst is niet alleen een voorraad melk. Drinken aan de borst betekent ook warmte, troost, pijnverlichting en een vertrouwde plek.
In de eerste weken na de bevalling hebben veel moeders last van stuwing. De borsten kunnen zwaar, gespannen en hard aanvoelen vóór een voeding. Wanneer de borstvoeding na ongeveer 4 tot 8 weken beter is afgestemd, gaat je lichaam efficiënter melk maken.
Daardoor kunnen je borsten zachter aanvoelen.
Zachte borsten kunnen nog steeds ruim voldoende melk bevatten en produceren. Melk wordt bovendien tijdens de voeding voortdurend aangemaakt, niet alleen opgeslagen tussen twee voedingen in. Minder stuwing is vaak een teken dat je productie zich reguleert, niet dat die verdwijnt.
Veel ouders zoeken op lactatiecrisis 6 weken of op een plotselinge daling van de melkproductie. Dat is begrijpelijk. Wanneer je baby onrustig is en je borsten niet meer zo vol voelen, kan de twijfel snel toeslaan.
Maar vaak is er geen sprake van een werkelijk tekort. Je lichaam is bezig met het afstemmen van de productie.
Het vaker zuigen van je baby is precies het biologische signaal dat je lichaam nodig heeft om meer melk te produceren bij borstvoeding. Als je juist in deze periode voedingen overslaat of structureel vervangt zonder te kolven, krijgt je lichaam het omgekeerde bericht. Het kan dan inderdaad minder melk gaan maken, omdat het denkt dat er minder nodig is.
Een tijdelijke periode waarin je baby vaak drinkt, kan daardoor langer aanhouden als voedingen regelmatig worden overgeslagen.
Dat maakt het lastig, want de oplossing voelt soms tegenstrijdig. Als je moe bent en bang bent dat je baby nog honger heeft, wil je misschien meer tijd tussen de voedingen laten. Juist vaak melk verwijderen helpt in veel gevallen om de situatie weer in balans te brengen.
Het geruststellende nieuws: een lactatiecrisis 6 weken na de bevalling duurt meestal niet lang.
De meeste baby’s vinden binnen 2 tot 5 dagen een nieuw drinkritme. Soms duurt het tot een week, bijvoorbeeld als er ook sprake is van verstoorde slaap, een ontwikkelingssprong of veranderingen in de dagelijkse routine.
Als je er middenin zit, kan het veel langer lijken. De dagen lopen in elkaar over wanneer je zo vaak voedt. Toch gaat deze fase meestal voorbij zodra je melkproductie zich heeft aangepast aan de grotere behoefte van je baby.
Blijft het langer dan een week erg intensief, heeft je baby minder natte luiers of maak je je zorgen over de groei? Vraag dan persoonlijke begeleiding in plaats van er alleen doorheen te proberen te komen.
Bied de borst aan zodra je baby vroege hongersignalen laat zien:
Huilen is vaak een laat hongersignaal. Als je de borst kunt aanbieden voordat je baby erg overstuur is, lukt aanhappen meestal makkelijker.
Je hoeft niet te wachten tot er een vast aantal uren voorbij is. Tijdens een 6 weken groeispurt kan het normaal zijn dat je baby een tijdlang iedere 30 minuten wil drinken. Het is vermoeiend, maar meestal tijdelijk.
Een fles is niet verkeerd. Er zijn veel goede redenen om afgekolfde melk of kunstvoeding te geven. Maar als je denkt dat je productie tijdelijk achterblijft, kan het vervangen van borstvoedingen zonder te kolven ervoor zorgen dat je lichaam minder stimulatie krijgt.
Iedere gemiste voeding of kolfsessie geeft het signaal dat er minder melk nodig is.
Heb je een fles nodig, bijvoorbeeld omdat je rust moet nemen, omdat er medische begeleiding is of omdat voeden pijn doet? Probeer je productie dan te beschermen door rond het moment van de fles te kolven. Een lactatiekundige kan samen met jou een haalbaar plan maken, zonder dat je de hele dag aan een kolfapparaat vastzit.
Borstvoeding kost energie. Veel moeders hebben dagelijks ongeveer 500 kilocalorieën extra nodig, al verschilt dat per persoon en hangt het onder meer af van je lichaamsbouw, activiteit en of je volledig borstvoeding geeft.
Je hoeft geen perfect voedingsschema te volgen. Regelmatig eten is wel belangrijk.
Zorg dat je makkelijke opties binnen handbereik hebt:
Zet bij elke plek waar je voedt een fles of glas water neer. Een grote hervulbare drinkfles naast de bank, je bed en de voedingsstoel helpt echt. Drink wanneer je dorst hebt. Liters water forceren is niet nodig, maar uitdroging maakt een zware dag nog zwaarder.
Huid-op-huidcontact is niet alleen waardevol in de eerste uren na de geboorte. Leg je baby, alleen met een luier aan, tegen je blote borst en sla eventueel een dekentje om jullie heen.
Dit contact ondersteunt het voedingsgedrag van je baby en kan de aanmaak van prolactine en oxytocine stimuleren. Die hormonen spelen een rol bij de melkproductie en het toeschieten van de melk. Ook kan een onrustige baby hierdoor genoeg ontspannen om beter aan te happen.
Soms is de oplossing niet nóg een hulpmiddel. Soms is het een middag op de bank, je baby op je borst en de ruimte om alle andere plannen af te zeggen.
Slaaptekort is geen persoonlijk falen, maar een onderdeel van de eerste periode met een baby. Langdurige stress kan het toeschieten van melk wel lastiger maken, waardoor voeden zwaarder voelt.
Rust betekent niet per se acht uur onafgebroken slapen. Het kan ook zijn:
Je hoeft rust niet te verdienen. Je lichaam voedt een groeiend mens.
Borstcompressie kan helpen om de melkstroom op gang te houden wanneer je baby langzamer gaat zuigen of gefrustreerd raakt aan de borst.
Terwijl je baby actief drinkt, houd je je borst met je hand vast, ruim achter de tepel. Knijp zacht maar stevig tot je weer meer slikbewegingen hoort of ziet. Laat los wanneer het slikken afneemt en herhaal dit zo nodig.
Knijp niet zo hard dat het pijn doet of dat de manier waarop je baby aanhapt verandert. Voelt borstcompressie onprettig? Stop dan en vraag een lactatiekundige om het een keer voor te doen.
Kunstvoeding kan een waardevol hulpmiddel zijn. Het is geen falen, en veilig en voldoende voeden staat altijd voorop.
Toch is bijvoeden niet automatisch nodig omdat je baby clustervoedt of omdat je lege borsten na voeding denkt te hebben. Die signalen op zichzelf bewijzen geen lage melkproductie.
Bijvoeding kan passend zijn wanneer er sprake is van:
Als bijvoeding wordt geadviseerd, vraag dan om een plan dat borstvoeding zo veel mogelijk ondersteunt. Dat kan betekenen: eerst aan de borst voeden, daarna een afgemeten aanvulling geven en kolven om de stimulatie te behouden. Wat passend is, hangt af van je baby, jouw gezondheid en jullie situatie thuis.
Sommige borstvoeding problemen vragen om meer dan alleen geruststelling. Neem contact op met een IBCLC-lactatiekundige, je verloskundige, het consultatiebureau, de jeugdgezondheidszorg of je huisarts als:
Een proefweging, beoordeling van het aanhappen en een blik op de groeicurve geven veel betrouwbaardere informatie dan hoe zacht je borsten voelen of hoe lang een voeding duurt.
Tijdens een 6-8 weken groeispurt kan iedere voeding voelen als bewijs dat er iets misgaat. Bijhouden kan helpen om het grotere plaatje weer te zien.
Gebruik de Erby-app om voedingen, natte luiers, slaap en weegmomenten te registreren. Als je ziet dat je baby regelmatig plast, actief drinkt en doorgroeit, kan dat enorm geruststellen op dagen waarop hij bijna elk uur om de borst lijkt te vragen.
Probeer niet iedere minuut obsessief te volgen. Het doel is meer vertrouwen, niet een extra bron van druk.
Dat je baby vaak wil drinken, betekent meestal niet dat borstvoeding mislukt. Vaak werkt het systeem van aanbod en vraag borstvoeding precies zoals bedoeld: je baby vraagt meer, je lichaam reageert en na een paar dagen sluit je productie weer aan.
Deze fase vraagt veel van je. Maar hij duurt niet eeuwig. Voed je baby, eet zelf ook iets, drink wat water en laat de was gerust nog even liggen.